Levensloop

Het is stil. Windstil.

Alleen het kloppen van je hart verraadt je anonieme aanwezigheid. Je ademt diep in en stoot de wind binnenin via gebolde wangen weer uit.
Je treedt uit je schaduw en stapt recht de arena in. De Olympische vlam wakkert al aan de grauwe hemel.
Je verschijnt op het toneel van de wereld, klaar om je nummer op te dragen. Alle ogen op jou gericht.
Je knielt in de startblokken, knielt voor het leven. Je wacht in volle spanning en uiterste concentratie op het startschot. De blik op oneindig, gericht naar de finish.
Een finish die al je zorgen en angsten zal afwijzen. Ginds, aan de overkant, wacht de eeuwige roem, het engelengezang, het licht.

Je kijkt om je heen. Overal anonieme gezichten. Geen wind van betekenis. Denkend aan die honderd meter recht voor je, vraag je je af of je er wel klaar voor bent. Deze weg heb je wel al zovaak afgelegd, maar plots breekt het angstzweet je uit. Wat als dit lichaam, waarin je slaafs geketend zit, je dreigt tot stilstand te bannen?
Een ijzige schaduw werpt zich boven je uit. Het wordt donker. Vederlichte, hemelse druppen strelen je lege gezicht.De wind komt aanzetten en de vlam danst nu hevig heen en weer. Alsof ze tevergeefs gehoord wil worden, dreigt ze tedoven.

[...]

De hel was losgebarsten. Je was in een snelle tred geraakt. Het was als een roes, zwevend boven jezelf. Meegezogen door het luidkeels gejuich van op de tribunes. Meegezogen door de wind in de rug, laat je alles wat door jouw beweging tot stilstand kwam, achter je.
Honderd meter zou weggevaagd worden in slechts tien seconden. Tien seconden in het hoofd, nog steeds honderd meter voor de boeg…
Je opent je ogen weer en kijkt naar de anderen.Zij hebben het gehaald. Jij zit nog steeds geknield, geknield in je onzichtbare ketens. De lucht is nu zwart, de vlam op sterven na dood. Er heerst een krachtige wind. De mensenstroom vertrekt en ledigt de tribunes, ledigt jouw Olympische droom
.

Alles is terug muisstil, zwijgend over het verleden.
Alles is terug windstil. Een laatste zucht.

Uitgedoofd.

(ge├»nspireerd op de roman ‘De onzichtbare jongen’ van J. Bernef)